Geschiedenis van het ontstaan der vriendschapsbanden tussen
de Vrijmetselaarsloges van Sneek en Detmold
Het verhaal gaat dat het een en ander zou zijn begonnen toen Br. H. F. Ament in 1957 na een ernstige ziekte ging kuren in de omgeving van Detmold. Hij bezocht daar meerdere malen de heuvelrug 'Adlershöhe' waarop adelaars gefokt werden. Daar ontmoette hij een oude heer genaamd Wiebe, met wie hij in gesprek kwam. Via 'de handgreep' ontdekten zij beiden Vrijmetselaren te zijn. Br. Wiebe nodigde Br. Ament hierop uit hem thuis te komen bezoeken. Dat geschiedde, waarna tussen beide Bbr. een hechte vriendschap is ontstaan. Br. Wiebe nodigde Br. Ament vervolgens uit in zijn Loge "Zur Rose am Teutoburger Walde" nr. 338 in het Oosten Detmold.
Volgens de overlevering was dit de aanzet tot de vriendschapsbanden der loges. Echter…….
volgens de ( toen 16 jarige) zoon, Br. Tjalling Ament, is het anders gegaan. Zijn vader vond het niet goed dat de haat tegen de Duitsers bleef rondzingen en heeft daarom contact gezocht met Duitse vrijmetselaars. Daarna is hij met zijn vrouw gezellig afgereisd naar Lippe en heeft daar een vakantie gehouden. Daar heeft Br. Ament bewust de loge in Detmold bezocht en kennis gemaakt met o.a. Br. Wiebe. Die zelfde zomer hebben kleinkinderen van een Detmolder Br. met vrienden een fietstocht van Groningen naar Maastricht gemaakt. Zij hebben toen bij de Aments geslapen. Tjalling Ament heeft toen met die jongens opgetrokken en daar is een vriendschap uit ontstaan die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Br. Ament bracht iedere keer na zijn bezoek aan de loge in Detmold de groeten over van de Duitse broeders. De Voorzittend Meester van C.R.P.C., Br. E. R. Zweep, was in de oorlog actief geweest in het verzet en had na de oorlog intensieve bemoeienis met de 'Stichting 40-45'. Van eventuele pro- Duitse gezindheid in de oorlog was dus geen sprake.
In het AMT van 1 februari 1955 onder het hoofdstuk "Uit Orde en Loges" wordt verslag gedaan van een bouwstuk van E. Zweep getiteld : "Oude en nieuwe plichten", (het Duitse probleem) waarin de aan te nemen houding tegenover Duitse Vrijmetselaren uit de doeken wordt gedaan. Dit bouwstuk is gehouden op 22 12 1954. (een Winter St. Jan bouwstuk?)
* Zie de bijgevoegde bijlage uit het AMT van 1-2 1955.
Br. Ament en de A.Mr. stelden in 1958 voor om de broederband, die de ganse aarde omspant, meer inhoud te geven door de Detmolder Bbr. uit te nodigen voor een bezoek aan Sneek. Dit gaf heftige emotionele discussies in de loge. Velen vonden het veel te vroeg om nu al landgenoten van de vroegere bezetter uit te nodigen voor een vriendschapsbezoek. Maar met enige overreding ging de meerderheid akkoord. Br. Zweep stelde voor de Duitse Bbr. en hun echtgenotes bij onze Bbr. thuis onder te brengen. Dat gaf opnieuw discussie en nu ook in de huisgezinnen van de Bbr.. Uiteindelijk ging toch iedereen akkoord. Toen echter 'het puntje bij paaltje kwam' krabbelden sommige Bbr. terug. Het gevolg was dat het echtpaar Zweep zeven gasten kreeg. Lien Zweep had haar vier kinderen elders te logeren gestuurd om allen een normaal bed te kunnen bieden!
De Duitse gasten kwamen met de trein in Sneek aan op 30 mei 1958. De ontvangst in het Logegebouw was om 16.00 uur. Daarna ging men naar de gastgezinnen, want om 20 uur was er al een O.L. voor de Bbr.. Duitse vertalingen van het leerlingrituaal en de catechismus waren de gasten reeds toegestuurd. Achttien Bbr. uit Sneek, elf Bbr. uit Detmold en de vertegenwoordiger van het Hoofdbestuur Br. Ritsema van Eck waren getuige van deze bijzondere bijeenkomst.
Nadat men zich verzameld had in de voorhof begroette de A.Mr. de Duitse Bbr. in hun landstaal en wees hen op enkele bijzonderheden van onze werkplaats.
Na het openingsrituaal vertelde Br. Ament van de geschiedenis en de symboliek van de Baanders Tempel. Daarna werd met een L. de catechismus doorgenomen en, na een toespraak van de A.Mr., de Broederketen gevormd .
Uit Mozarts' 'Zauberflöte' werden (toepasselijk) gespeeld: 'In diesen heilige Hallen kennt mann die Rache nicht', und ist der Mensch gefallen, fürht Liebe ihm zur Pflicht'.
Na de O.L. kreeg Br. Beiszenhirtz het woord. Hij zei (in het Duits natuurlijk) o.m. het volgende: "Dat ik vanavond het woord vraag, komt omdat wij diepe dank verschuldigd zijn aan u allen. Dank voor de uitnodiging die via Br. Ament gekomen is. Wij zijn met verwachtingen gekomen maar alle verwachtingen zijn ver overtroffen. Wij zijn zeer geroerd, onder de indruk, ons bezoek heeft een principiële betekenis. Wij Vrijmetselaars, willen het goede, wij zijn mensen die het goede willen. Wij moeten elkaar over de grenzen van onze landen vinden." Hierna kreeg de vertegenwoordiger van het Hoofdbestuur der Orde , Br. Ritsema van Eck het woord. Hij zei o.m.: "Dit bezoek heeft de deur geopend voor een Vrijmetselarij zoals we die over de wereld willen uitdragen. Wij gaan en komen op bezoek en we trekken ons niets meer aan van de landsgrenzen. Duitsland is weer in de Broederketen opgenomen en als ik naar de loge ga is het mooi als ik daar Duitse Bbr. kan ontmoeten. Zij hebben de weg gevonden en ik dank een ieder dat ik dit mag zeggen".
De 'zusters' werden die avond ontvangen door mw. Ament op de Leeuwarderweg nr 9.
Na het welkomstwoord van de voorzitster van de 5V's, Lien Zweep, hield één van de dames een voordracht over Schubert, verduidelijkt met grammofoonplaten. Verder was er een kleine tentoonstelling van Friese volkskunst.
De volgende dag was er een boottocht op het ms. 'Toerist' over de Friese meren. Met de gasten meegerekend waren er zo'n vijftig deelnemers. De stemming aan boord was uitstekend. De lunch werd aan boord gebruikt. Tegen 17.00 uur was men weer terug in Sneek.
Na het avondeten bij de gastgezinnen werd er muziek ten gehore gebracht in het Logegebouw. Aan de dames werd het lichtspel getoond en uitleg gegeven. Rituele arbeid
Werd toen niet verricht.
De volgende morgen zijn de Duitse gasten weer naar huis vertrokken. Men was erg geroerd over dit weekend, men sprak af dat er een tegenbezoek gebracht zou worden.
Dat vond reeds plaats op 28 en 29 september van datzelfde jaar. Vijf echtparen en een individuele Br. van de loge in Sneek zijn toen in Detmold op bezoek geweest.
Zo is de vriendschapsband tussen Bbr. van de beide loges en hun echtgenotes ontstaan. In het begin waren de wederzijdse bezoeken tweejaarlijks, maar dat voldeed niet aan de behoefte. Na een paar jaar werden het wisselbezoeken zoals wij die thans nog kennen.
Deelnemers aan het eerste bezoek aan Sneek waren :
Br. Beissenhirtz, Gedeputeerd Meester met zijn echtgenote,
Br. Raum plaatsvervangend 2e Opziener met echtgenote en de
Bbr. Hanken, Rojahn, en Töberich waren allen te gast bij de fam. Zweep.
Bbr. Hebrock en Loose met echtgenotes logeerden bij de fam. ten Wolde.
Br. Leukert met echtgenote sliep bij de fam. Schuurman.
Br. Roy met echtgenote bij de fam. Krook, en
Br. Zimmermann bij de fam. Feith.
De dames Bock en Bertelsmann logeerden bij de fam. Ament.
De V.Mr. Br. Böning was toen met vakantie.
In O.L. waren naast de Duitse Bbr. aanwezig: Br. Zweep als V.Mr. en de Bbr. Timmer, ten Wolde, Schuurmans, Radelaar, Heidstra, Westra, Oosterhoff, Feith, van der Werf, H. F. en T.H.M.H. Ament, van der Zee, Fokkema, Visser, van der Ham, Krook, Kuperus en de vertegenwoordiger van het Hoofdbestuur de Br. Ritsema van Eck..
Sneek 6 oktober 2004
C.M.Eijkman
*AMT 1 februari 1955
A.L. "CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT" 0. SNEEK 22 dec. jl. heeft Br. Mr E. R. Zweep in onze loge en bouwstuk opgeleverd getiteld: “Oude en nieuwe plichten" (het Duitse Probleem), waarmee bedoeld werd: welke houding moeten wij tegenover de Duitse Vrijmetselaren aannemen; dit in verband met het besluit van het Grootoosten van 1954 tot het aanknopen van vriendschappelijke betrekkingen met de " Vereinigte Groszloge der Alten Freien und Angenommenen Mauer von Deutschland,"
Wij menen dat, wegens het belang van deze zaak, een korte samenvatting van het betoog van Br.Zweep, hier wel op zijn plaats is.
Hij begon met er op te wijzen dat de innerlijke weerstanden bij vele broeders opgeroepen door bedoeld besluit zeer verklaarbaar is, maar vraagt dan of de daaruit voortvloeiende negatieve houding wel verantwoord is, Hij vraagt: Verstaan wij met onze negatieve houding wel de betekenis van een oorlog, hebben wij met die houding de oorlog wel voldoende verwerkt. Daartoe gaat hij uitvoerig na de oorzaken van een
oorlog en onderscheidt deze in economische, militaire, politieke, populatieve en psychische oorzaken. Ieder is erbij betrokken als staatsburger van een bepaalde staat, de Duitser als Duitser en de Nederlander als Nederlander; ieder heeft zijn plichten tegenover de Staat, ook de vrijmetselaar. Hij komt tot de conclusie dat aan het ontstaan van een oorlog geen argument kan worden ontleend voor bedoelde negatieve houding; daarvoor is het verschijnsel te ingewikkeld. Dan gaat Br. Zweep de ontwikkeling na van Duitsland, vanaf de middeleeuwen. Hoe de grote massa zich vrijmaakt van het Feodalisme door de trek naar de industriegebieden in de 19e eeuw, waarbij deze massa echter elke traditionele gebondenheid mist en zo bloot staat aan de suggestie van alle denkbare invloeden. Door de strijd tussen paus en keizer is de Kleinstaterei ontstaan met zijn vele oorlogen, waardoor de bloeiende democratie van de Duitse Hansa te niet is gegaan en plaats maakt voor een toenemende militarisering, welke echter niet voortvloeit uit volkskarakter maar uit de noodlottige ontwikkeling. Verder is in Duitsland de kerk gebonden aan een reaktionairen staat, zodat de
emancipatie zich richt tegen de door de staat vertegenwoordigde godsdienst, waardoor een uitgebreide ontkerstening ontstaat. Tot de eerste wereldoorlog blijven de grote ontkerstende massa's in Duitsland
uitgesloten van de verantwoordelijkheid voor het staatkundig beleid. De Lutherse kerk leert dat de mens de maatschappelijke orde zoals ze door God is ingesteld, in gehoorzaamheid heeft te aanvaarden. Alleen
Christelijke liefde kan de wederzijdse verhoudingen ten goede veranderen. In een dergelijke geestelijke sfeer kan een humanistisch bewustzijn zich niet ontwikkelen. Dit ontbreken van een christelijk humanistische mensopvatting en het ontbreken van
een zekere historische democratische training belet het slagen van de democratie. Aan deze ontwikkeling kunnen alleen werkelijk groten zich onttrekken en toch zijn vele Duitse vrijmetselaren voor hun overtuiging in concentratiekampen omgekomen.
In deze geschetste ontwikkeling kan onze negatieve houding thans zeker niet een rechtvaardiging vinden. Iedere oorlog en bezetting verlaagt het morele peil, van vriend en vijand. Het bijzondere van de laatste oorlog
was het stelselmatig organiseren van wreedheden. Maar de organisatie was algemeen bedoeld; vele rasechte Duitsers hebben evenzeer geleden als andere volken. De verklaring volgens Dr. Jung, is gelegen in het verval van het overgeleverde waardebesef. 0ok in Duitsland waren die waarden hoog, maar het verval was des te groter. Br. Zweep komt tot de conclusie dat deze oorlog evenmin als een oorlog in het algemeen een eventuele negatie houding tegenover de Duitsers kan rechtvaardigen en wijst er op dat in onze grondwet staat, dat de Orde verdraagzaamheid kweekt, rechtvaardigheid betracht, naastenliefde bevordert, opzoekt wat mensen en volkeren verenigt, tracht weg te nemen wat de geesten en gemoederen verdeelt en tot hoger eenheid brengt door het bewustzijn levend te maken van de allen verbindende broederschap. Het Duitse probleem is in wezen een probleem van ons zelf, nI. “hoe verwerken wij deze oorlog als Nederlander, als mens en als broeder." Alle Duitsers zijn geen misdadigers; deze waarheid moet men steeds voor ogen houden.
Dit is zeer in het kort de inhoud van het bouwstuk en Br. Zweep geeft aan het slot een aanhaling luit het boekje van Prof. Mennicke, "De achtergrond van de tweede wereldoorlog" : “De prediking van de christelijke kerken is er zeer zeker, maar niemand kan ontkennen, dat zij de mensen over het algemeen niet meer pakt, wat ook de oorzaken daar
van mogen zijn. Abstracte betogen kunnen nooit de christelijke preek vervangen, dat spreekt vanzelf. Men kan voorlopig niet anders doen, dan er op wachten en er aan werken, dat in verband met de reële maat- schappelijke vorming een nieuwe taal van symbolen ontstaat, die de diepte van het leven doet aanvoelen en die de mensen doet beseffen, dat het zaak is het woord van de profetische dichter te volgen: Weest ernstig
en ziet." Br. ZWEEP eindigde met de woorden: Moge het zo zijn, dat wij als vrijmetselaren de taal van onze symbolen verstaan.