maandag 6 september 2010   
English
Deutsch
Nederlands
 Heading    
Postzegels vrijmetselarij
   
  
 Mysterie    
Ontdek het Mysterie
   
  
  Login  
CRPC » Vrijmetselarij  
 Onderwerpen    
   
  
 Vrijmetselarij - een Brits product    

In Engeland heet wat wij ‘vrijmetselarij’ noemen ‘masonry’.                              
Een ‘mason’ is een steenhouwer.
Men onderscheidde ‘roughmasons’; zij die de harde bouwstenen hieuwen en ‘freemasons’,
zij die de zachte kalksteen ( freestone ) bewerkten.
Toen de speculatieve vrijmetselarij rond 1725 vanuit Engeland naar Frankrijk overwaaide, vertaalden de Fransen het Engelse woord ‘mason’ met ‘maçon‘, dat metselaar betekent.
Zo werd ‘freemason’ tot ‘franc-maçon’, dat weer letterlijk vertaald in het Nederlands,
vrij-metselaar oplevert.

   
  
 Mason - Een verzamelnaam    
Alhoewel een ‘mason’ een steenhouwer is in de strikte betekenis van het woord, heeft die naam een ruimere betekenis, evenals dat met het Nederlandse woord ‘bouwvakker’ het geval is.
Hij, die in de steengroeve werkt en de steen uithakt, is een mason, evenals hij die de ruwe steen bewerkt tot de vereiste vorm.
Maar de vakman die versieringen in ‘freestone’ aanbracht was ook een mason.
Men kende ‘layers and setters’, werklieden, werkzaam op de bouw.
Zij werden ook masons genoemd, alhoewel hun sociale status lager was dan van de andere masons ( Bernard Jones ).
De ‘layer’ was degene die de mortel aanbracht en de steen op zijn plaats legde, waarna de ‘setter’ de steen waterpas stelde.
De symbolieke vrijmetselarij heeft die lagere status van de ‘layer’ in zijn ritus overgenomen door de werktuigen van de steenhouwer: hamer en beitel, een hogere plaats in de ritus te gunnen dan het werktuig van de layer: de troffel.
Omdat het woord ‘mason’ zo veel beter de pluriforme betekenis van de toenmalige Engelse bouwvakkers aangeeft dan het beperkte woord ‘steenhouwer’, wordt die naam hier gebruikt.
   
  
 De Gilden    
In de middeleeuwen was het onmogelijk te leven zonder godsdienst of zonder te behoren tot enig sociaal verband ( G.Bakker ).
Het gilde voorzag in zo´n verband en maakte dan ook een belangrijk deel uit van de middeleeuwse samenleving.
Het gilde was een economische en politieke machtsfactor in de stad waarin het gilde was gevestigd.
Iedere stad kende meerdere gilden: b.v. het gilde der bontwerkers, der schoenlappers, der riemsnijders, der boekbinders; men kende bouwgilden en in landen waar natuursteen voorkwam steenhouwergilden.
Het gilde had zijn eigen statuten, een eigen bestuur en een eigen rechtspraak.
De statuten regelden o.a. de handelsbelangen van het gilde op de plaatselijke markt.

Het gilde schakelde tevens ongewenste concurrentie door niet-leden uit.

   
  
 The Lodge    

Het woord 'loge' komt van 'lodge', dat hut, keet of loods betekent.
Zowel in de steengroeve als op de plaats van de bouw werd bij grote langdurige werkzaamheden een 'lodge' gebouwd, die moest dienen als beschutting voor de werklieden en die tevens een opslagplaats voor gereedschap was.
Als in 1426 'Trinity College' in Cambridge wordt gebouwd, gebruikt men het eerste jaar om een 'lodge' te bouwen ( Bernard Jones ).
Een lodge was dus kennelijk heel wat meer dan een eenvoudige loods!
De lodge was zo typisch voor de masons, dat men de groep masons, die aan de bouw deel nam, als eenheid ook 'lodge' ging noemen.

   
  
 Concordia Res Parvae Crescunt    

                    Looxmagracht 20, 8603 AB, SNEEK                   
tel. 0515-413721

   
  
DotNetNuke® is copyright 2002-2010 by DotNetNuke Corporation